52. De eerste dertiger

DERTIG kilometer..Dat klinkt zó veel verder dan 28 kilometer, niet? Het zit niet meer in de ‘twintig’, daar waar de halve marathon in valt. Reden genoeg om mentaal een gigantische muur op te werpen. Zo’n hoge muur, dat ik ettelijke keren op het punt heb gestaan op te geven. Talloze redenen en zeer goede excuses passeerden de revue: ik heb mezelf al enorm bewezen, het komt nu met onverwachtse werkdrukte echt niet uit, ik kan die marathon ook gewoon zelf een keer rennen in plaats van precies op 9 oktober in Eindhoven, het vergt zo veel mentale discipline dat ik die discipline op andere levensgebieden niet toe kan passen.. Eerlijk is eerlijk, allemaal ijzersterke argumenten. Geen enkel argument is echter sterker dan: nooit eerder was ik zó dicht bij een marathon en waarschijnlijk kom ik ook nooit meer zó dicht bij die eerste marathon. Met slechts twee echt lange duurlopen te gaan is de finish in zicht, maar zoals altijd wegen de laatste loodjes het zwaarst..

De quote “I dare you to train for a marathon and not have it change your life” heb ik altijd geloofd. Sinds 3 weken, zelfs ervaren. Het trainen voor een marathon is zó veel malen zwaarder dan ik had gedacht. Sterker zelfs: veel zwaarder waar ik het niet had verwacht. Lichamelijk gaat het onvoorstelbaar goed: nooit had ik gedacht 30 kilometer te kunnen volbrengen zonder blessures. Oké, mijn tempo is niet om over naar huis te schrijven, maar ik heb a) het idee dat dat vooral mentaal is en b) stille hoop dat de taperperiode van 3 weken daar verandering in kan brengen. Mentaal echter, ben ik compleet gesloopt. Mijn favoriete onderdeel, de duurloop, werpt inmiddels elke week een donkere schaduw over mijn agenda. Mijn hoofd wil niet meer. Al weet ik dat ik telkens geniet onderweg, dat ik me achteraf euforisch voel als ik weer een nieuwe mijlpaal heb gehaald en dat ik een kick krijg van het afstrepen van trainingen, vóóraf voel ik me net een klein kind dat op de grond wil liggen trappelen en huilen omdat het absoluut NIET wil doen wat het moet doen.

IMG_20160901_132528

Gelukkig is er blijkbaar iets in mij dat nét sterker is en dat mij na al die uren twijfelen en al die pogingen om mezelf te overtuigen te stoppen toch opeens in vol ornaat buiten zet. Al komt er elke duurloop meer drama bij kijken, tot aan de op één na laatste echte lange duurloop stond ik wél weer enigszins op tijd buiten. Mede dankzij mijn lieve man ditmaal, die me een flinke peptalk gaf toen ik, helemaal klaar om te gaan, alsnog begon tegen te sputteren. Dat werkte. Met een flinke dosis liefde als startvoorraadje begon ik aan mijn allereerste dertiger..

Over de training zelf weet ik stiekem inmiddels alweer niet al te veel meer te zeggen. Om mezelf te vermaken besloot ik dit keer eens met een luisterboek te lopen: na 5 kilometer was voor eens & voor altijd duidelijk dat dat plan niet herhaald gaat worden. Die 5 kilometer waren geloof ik de allertraagste 5 kilometer ooit, zo’n rustige voorleesstem pept dus écht niet op. Muziek aan en hoppa, binnen 2 kilometer was mijn tempo met bijna 2 minuten per kilometer gestegen. Op een lekker tempo rende ik door tot aan circa 10 kilometer, toen m’n blaas vol was en m’n eerste gelsnoepjes de darmperistaltiek hadden geprikkeld. Gelukkig was daar Flinsenhof, mét klantentoilet. Een kleine vertraging aangezien ik dit keer mijn horloge niet stopzette (bij de marathon stopt de tijd immers ook niet zodra ik de deur van een dixie open) en ik kon weer door. Op aardig tempo, al had ik soms even moeite met m’n gelsnoepjes en moest ik even stoppen om m’n flesje sportdrank uit mijn rugtas te halen. Zo’n rits op je rug, dat werkt natuurlijk niet als je geen slangenmens bent. Mijn pitstop genaamd “mama” kwam binnen bereik en daar ging mijn tempo: als ik een finish ruik, dan blijkt er opeens veel meer pit in die beentjes te zitten. Bij moeders thuis maakte ik een praatje, bezocht het toilet en pikte natuurlijk een banaantje mee. Die rustig oppeuzelend hervatte ik de tocht. Het banaantje viel iets minder dan normaal. Dat zorgde voor wandelen, zo’n 3 kilometer lang. Waardoor het komt? Geen idee. Misschien de combinatie met de snoepjes die ik voor het eerst nam en waaraan mijn darmen duidelijk ook wel eventjes moesten wennen.

Of het die belasting was of pure vermoeidheid, ik durf het niet meer te zeggen, maar daarna vlotten de kilometers niet meer zo snel. Ik rende wel, liep af en toe een paar passen, maakte wat foto’s en genoot – dat zeker. In mijn registratie zie ik dat ik de 25e kilometer opeens het licht weer zag, maar dat de batterij een kilometer later ook weer snel leegliep. Al met al liep ik wel in een vlak tempo, dat vind ik dan ook wel weer iets positiefs.

IMG_20160901_175555

Na 28 kilometer bekroop me natuurlijk een fantastisch gevoel: niet alleen had ik wéér een mijlpaal bereikt, ik stevende nu ook hard af op mijn eerste 30 kilometer. Trots appte ik mijn man, schoonzusje en schoonouders in de groepsapp, waarop mijn schoonvader stomverbaasd reageerde: “Dus bijna 30 km gelopen en nog in staat te typen…. Wow!” Daar moest ik toch even hardop om lachen, over 5 weken zou ik immers na 30 kilometer in staat moeten zijn 12,195 kilometer te rennen 😀

De kilometers kropen en vlogen tegelijkertijd voorbij. Elk getalletje dat op mijn horloge verscheen was weer een nieuwe mijlpaal, toch duurde het voor mijn gevoel ontzettend lang voordat die 30 in beeld verscheen. Met een glimlach van oor tot oor en stiekem een traantje in de ooghoeken remde ik af en zette mijn horloge uit. Job done. En het viel niet tegen. Met slechts één langere duurloop dan deze op de planning, is er écht geen weg meer terug.

You didn’t come this far,
to only come this far.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s