36. De tweede helft

Dat was het dan: 36 trainingen afgerond, de middenstreep is overschreden.. Ondanks dat ik voor mijn gevoel tot nu toe weinig spectaculairs heb volbracht, lijkt de marathon opeens gigantisch veel dichterbij. Mijn verste afstand tot dusver is 25 kilometer, slechts 4 kilometer meer dan een halve marathon. Desondanks staan er nog slechts 6 duurlopen boven de 20 kilometer gepland en in feite zijn dat de enige trainingen waar ik me druk om maak. Misschien is het tijd om dat spectaculaire gedeelte eens te relativeren..

Inderdaad, verder dan 25 kilometer aan één stuk heb ik niet gerend. Ik ren echter wel al 5 weken achter elkaar elke week een halve marathon of meer, plús daarnaast een duurloop van circa 10 kilometer, een intervaltraining van circa 7 kilometer en een herstelloop van 5 kilometer. Er is méér dan die langste afstand: het feit dat je zó veel kilometers kunt maken zo dicht op elkaar, dát is toch best wel spectaculair. Het meest spectaculaire: ik heb geen greintje pijn..

Gisteren rende ik “slechts” een halve marathon, daar voel ik momenteel 0.0 meer van. Wellicht ligt dat echter deels ook aan hóe ik die halve marathon rende..

Het begon al op de hoek van de straat, toen mijn horloge geen GPS-signaal vond. Zorgvuldig hang ik ‘m elke dag voordat ik ga rennen aan de computer zodat alle satellietpunten geüpdatet zijn, maar een enkele keer ligt ‘ie toch dwars. Gisteren dus. Geloof me, als je 21.1 kilometer gaat hardlopen, wil je niet éérst anderhalve kilometer wandelen totdat je horloge een GPS-signaal te pakken heeft. Dus, dan maar de app op m’n telefoon aan en gaan, wetende dat ik nu helaas geen accurate pace zal kunnen tracken.

IMG_20160801_121905.jpg

Aangezien altijd ongeveer dezelfde route inmiddels erg saai begint te worden én moeders niet thuis zou zijn, koos ik vandaag voor een heel ander rondje. Via een omweg zou ik langs onze trouwfeestlocatie rennen en zo langs het bos naar mijn schoonouders, van waaruit ik na een plaspauze een rondje van 6 kilometer zou maken om de halve marathon vol te krijgen. Na zo’n 3 kilometer kwam ik aan bij de Biesterbrug: al 3 jaar verbaas ik me erover dat die nooit open gaat op het moment dat ik daar ren.. Tja, na gisteren dus einde verbazing. Precies toen ik de bocht om kwam gingen de lampen aan. Omkeren leek me geen optie, dus besloot ik de weg die er vlak langs liep heen & weer te wandelen. Geen slim plan: op de één of andere manier werkt wandelen veel sterker op mijn blaas dan rennen. Het gevolg: in plaats van na 15 kilometer, moest ik al na 3.5 kilometer naar het toilet. Zou ik direct na de brug even bij de huisarts gaan? Nee, die zien me al aankomen. Jan Linders? Geen idee of ze daar een toilet hebben. Op de Oude Laarderweg lag een basisschool, nu natuurlijk gesloten. Toevallig kwam er nét iemand aan die naar binnen ging.. Zou ik? Nee, dat komt toch ook raar over. Aan het eind van de weg zijn mensen in hun tuin aan het werken, ze groeten me vriendelijk. Kom op, vraag het! Nope. Zo ging dat door & door, tot ik Laar in én weer uit was. Dat betekende buiten de bebouwde kom, dat betekende dat ik de bosjes in zou kunnen.. Natuurlijk was er weer nergens een beschut plekje te vinden, dus was stoppen geen optie. De weg naar Daatjeshoeve bleek echter een stuk langer dan mijn blaas in gedachten had: telkens wanneer ik weer een lang stuk zag, kromp ik ineen bij de gedachte hoe lang ik nog moest voordat ik weer met een licht gevoel zou kunnen rennen. De omgeving was prachtig, met vlagen genoot ik daar dan ook met volle teugen van, tot ik in de verte weer een potentieel beschut plekje zag liggen. Een paar keer probeerde ik ergens de bosjes in te duiken, om direct aan mijn benen te voelen dat de begroeiing daar toch iets te veel prikte. Daatjeshoeve eenmaal voorbij, wist ik dat het goed zou komen, want daar ligt écht bos. Snel rende ik het bospad in en baande mezelf een weg door het struikgewas. Een flink stuk verder bleef ik schichtig om me heen kijken voordat ik de stap durfde te zetten. “Wildplassen” is nou niet bepaald mijn favoriete onderdeel van duurlopen en mijn excuses voor de details, maar als ik eerlijke verslagen wil schrijven hoort ook dit erbij. Je natuur heb je nu eenmaal niet altijd onder controle..

Eenmaal aanzienlijk gekrast door de beplanting en lekgeprikt door de bosbewoners rende ik voor mijn gevoel wel 10 kilo lichter door. Hoewel.. álles jeukte! Op mijn hand ontwikkelde zich een flinke muggenbult en zelfs onder mijn shirtje op mijn rug kriebelde het. Grr.. Negeren en genieten van de omgeving, dat was het credo. Oh, én op de weg letten, want vanaf hier kende ik die niet meer uit mijn hoofd. Dat het een mooie route zou zijn, had ik gelukkig wel goed ingeschat ❤

Volgens het blaadje dat ik in mijn rugzakje had gestopt moest ik links, rechts, rechts, links, links en dan kende ik de weg weer. Links, rechts, recht, links ging prima.. Die laatste links leverde wat problemen op: volgens Google Maps moest ik op een afrit van de Ringbaan rennen, in tegengestelde richting aan de auto’s.. Leek mij persoonlijk niet zo’n verstandig plan. Gelukkig lag er een brede berm naast, dus besloot ik die te nemen. Totdat het doodliep dan.. Rechtsomkeert én maar weer dat hele stuk terug. Inmiddels had ik zowel bij de brug als in het bos als hier zo veel omgelopen, dat het geen zin meer had langs mijn schoonouders te gaan om te plassen (wat ik inmiddels toch al niet meer hoefde) en een rondje van 6 kilometer te maken. Aangezien ik me op het mooie nieuwe Laarveld bevond, besloot ik daar wat sightseeing te doen om die resterende 7 kilometer vol te maken. De kilometers tikten weg: 6.. 5.. 4.. Oké, nu werd het echt tijd om weer richting huis te rennen, maar hoe? In Rome ken ik de weg op mijn duimpje, maar op Laar bleef ik rondjes rennen zonder een uitgang te vinden! Uiteindelijk besloot ik helemaal terug te rennen en via Boshoven te gaan: zo zou ik die 21.1 kilometer makkelijk vol krijgen en niet al te onbelangrijk, daar kende ik de belangrijkste weg.

IMG_20160801_151257

Al ren je zo veel, afstanden inschatten is soms zo moeilijk! Die 21.1 kilometers waren dus niet vol na die omleiding via Boshoven, dus besloot ik even om het station heen te rennen en via de Maaseikerweg weer huiswaarts te keren. Het einde was in zicht! Tja, dat dachten dus ook mijn darmen. Precies 1 kilometer voor de finish begonnen ze zó gigantisch te protesteren dat ik abrupt moest gaan wandelen. Damn, net nu ik weer zo’n lekker tempo had.. Een paar honderd meter wandelen en ik kon weer een paar meter rennen, zij het met een borrelende harde buik. “You have reached your goal” zei mijn app, hét teken om te stoppen. Aangezien ik onderweg al zó veel had gewandeld besloot ik echter gewoon nog een stukje door te rennen, om maar zo snel mogelijk thuis te zijn. Weer iets waar m’n darmen het niet mee eens waren: ze protesteerden zo hard dat ik stil moest gaan staan en me afvroeg hóe ik überhaupt thuis moest komen. Telkens liep ik weer een klein stukje, om vervolgens weer met vreselijke pijnscheuten stil te staan. Eenmaal bijna thuis belde ik mijn vriend alvast op: “Zet de deur alsjeblieft alvast open want ik ben bijna thuis en moet héél nodig!” Tja, ook dat zijn hardlopersperikelen..

Zijn we nu klaar met alle ongelukkige details? Bijna. Weet je nog die muggenbult op mijn hand? Die bleef maar groeien en groeien.. Inmiddels is mijn hele hand dik, rood & hard. Niets gevaarlijks, maar wel een tekenend aandenken aan deze zeer enerverende training 🙂 Een PR voor de langzaamste halve marathon ooit, die door alle perikelen wellicht wel het snelst voorbij vloog!

The road to athletic greatness is not marked by perfection,
but the ability to constantly overcome adversity and failure.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s