19. De magische afstand

It’s a wrap: weer een halve marathon voor in de geschiedenisboeken! Zo, dat is eruit. In plaats van te beginnen bij het begin, maar meteen benadrukken dat een halve marathon toch echt een halve marathon blijft: een magische afstand.
Wie mij een beetje kent, weet ik dat véél te eigenwijs & ambitieus ben om een training van 20 kilometer te rennen, beseffende dat ik dan nét geen halve marathon heb gerend. Toen ik die 20 kilometer op mijn programma zag staan, wist ik dan ook al dat dat niet bij 20 kilometer zou blijven. Van mezelf mocht ik wel stoppen na 20 kilometer, hoor! Stiekem wist ik echter dat ik dat na 2½ uur echt niet ging doen: die 1.1 kilometer zou me vast geen blessure opleveren, maar wél een halve marathon!

Toen ik vanochtend wakker werd, zag ik het nog niet zo gebeuren.. Na twee dagen een wekker om 6:20 terwijl ik normaal nooit echt vroeg hoef op te staan, véél uren zitten of staan en weinig beweging, was de vermoeidheid toegeslagen. Met lood in m’n benen sleepte ik me een half uurtje later dan gepland toch uit bed en merkte op dat een paar keer de gedachte door me heen schoot dat het wel eens niet zou kunnen gaan lukken vandaag. Telkens pep ik me dan weer op door te beseffen dat ik waarschijnlijk de nachten voor dé marathon ook niet goed slaap en toch onder alle omstandigheden moet kunnen rennen. Plus: ik ging een bekende route rennen en mijn vriend volgde me thuis via een app, dus als er iets mis zou gaan had ik genoeg uitvluchten. Terwijl ik me langzaam klaarmaakte begon de zin toch wel een beetje te komen, puur door het feit dat ik wel echt weer een prestatie ging leveren. Die drang om mezelf te verbeteren, die trekt me toch vaak naar buiten!

IMG_20160701_201942

De eerste kilometers waren zwaar, héél zwaar. Na 3 kilometer had ik echt lood in m’n benen zoals ik het zelden gevoeld had. Toch verloor ik de hoop niet, op de één of andere manier had ik het idee dat het over zou gaan. Na 4 kilometer klonk mijn favoriete up-tempo nummer door mijn oortjes en begon ik te versnellen. Langzaam kroop mijn pace richting de 7 min/km en voelde ik dat mijn bovenbenen warm werden. Toen het nummer afgelopen was nam ik mijn eerste paar slokken sportdrank en dát hielp! Een paar minuten later zat ik op een regelmatige pace van minder dan 7 min/km en zag mijn gemiddelde pace (van rond de 7:20) gestaag dalen. Zo ging dat zeg maar de resterende 16 kilometer door! Af & toe, vooral als ik weer wat dronk, daalde mijn tempo, om bij een up-tempo nummer weer te stijgen. Zo zat ik telkens net boven of net onder de 7 min/km. Na een korte plaspauze bij mijn moeder, waar ik een banaantje in mijn drinkgordel schoof, kwam ik weer iets moeilijker op gang. Altijd lastig, dan heb je even stilgestaan en hebben je spieren het héél zwaar met weer op gang komen. Het duurde dan ook weer een kilometer of twee voordat ik weer goed door kon lopen. Dat kwam overigens ook door het geknoei met die banaan: hoewel het in stukjes eten op zich prima viel in combinatie met een paar slokken water, gaat het toch letterlijk én figuurlijk iets minder vloeiend dan sportdrank. Omdat ik maar 4 flesjes aan m’n drinkgordel heb, wil ik echter toch graag met vast voedsel experimenteren (zeker na mijn gel-ervaring van vorige week) en was vandaag zeer tevreden!

Rond de 20 kilometer passeerde ik het huis van mijn schoonouders en dacht terug aan precies 5 weken geleden: toen rende ik voor het eerst na mijn blessure weer een halve marathon en stond mijn schoonzusje mij voor het huis aan te moedigen. Kippenvel bekroop me weer bij het gevoel van een “finish” en het idee dat in oktober na 42.195 kilometer te ervaren..

IMG_20160701_153840

Zoals vrijwel altijd aan het eind van een training had ik blijkbaar een beetje energie bewaard om de laatste kilometer te kunnen knallen. Na 500 meter zocht ik een van m’n favoriete nummers op, want na zo’n training wil ik altijd echt knallend over de finish komen. Grappig is dat, ik ben helemaal alleen, maar toch wil ik dat feestje dan met mezelf vieren. Eenmaal een lekker nummer gevonden, zette ik wat kracht bij, ging helemaal los op de muziek en kwam stralend over “mijn” finish (lees: het getal 21.10 op mijn horloge) 🙂

De euforie is na 21.1 km toch echt anders dan na 20 km, dat weet ik zeker. Blij appte ik meteen mijn vriend: “halve marathon!” Daarna vergeleek ik de training met die halve marathon van 5 weken geleden, want het was me gelukt om onder de 2:30 uur te rennen zoals ik had gehoopt en dat was dus sneller dan 5 weken geleden. Ik kon mijn geluk niet op toen ik zag dat ik gemiddeld 18 seconden per kilometer sneller had gerend, met een hartslag van 9 bpm lager! That’s what they call progress..

Over precies 100 dagen dus gewoon twee keer dit “rondje”, liefst in hetzelfde tempo als vandaag, met een SPETTERENDE finish! Voor de geïnteresseerden die zich even geen voorstelling kunnen maken van die afstand: mijn rondje van vandaag was vanuit huis via Stramproy naar Ell en weer naar huis. Dát dus twee keer. Zo simpel is het! 😉

There is no better feeling than ‘I made it’
<3

Advertenties

Geef een reactie